Publiekrechtelijk

In het Bouwbesluit worden eisen gesteld aan de maximale luchtdoorlatendheid van een woning. Ook worden eisen gesteld aan het totale energieverbruik van een woning, deze wordt normatief berekend met een energieprestatieberekening (EPC-berekening). De luchtdichtheid van de woning, uitgedrukt in de hoeveelheid luchtlekken bij 10 Pascal, is één van de invoerparameters in de EPC-berekening.

Bij oplevering moeten de woningen voldoen aan de eisen in het Bouwbesluit.

Niveaus luchtdicht bouwen

Het Bouwbesluit stelt een eis aan de luchtdichtheid: niet meer dan 200 dm3/s bij 10 Pascal. Dit is een zeer grote hoeveelheid lucht, zeg maar een hoeveelheid lucht die in 200 pakken melk kan en per seconde bij een zuchtje wind door de schil verdwijnt.

Deze grote hoeveelheid lucht is echter ongewenst voor een energiezuinige woning. In de EPC-berekening wordt daarom ook een waarde voor de luchtdichtheid opgegeven. Die is bijna altijd lager, en dus strenger, dan de Bouwbesluit-eis. Bij echt energiezuinige woningen is de eis nog weer strenger.

In Nederland maken we voor de mate van luchtdichtheid (uitgedrukt in de qv10-waarde) onderscheid in drie klassen:

Klasse 1 Basis qv;10 > 0,6 dm3/s.m2, voldoet aan het bouwbesluit, geen bijzondere eisen
Klasse 2 Goed qv;10 tussen 0,3 en 0,6 dm3/s.m2 = energiezuinig bouwen
Klasse 3 Uitstekend qv;10  < circa 0,15 dm3/s.m2 = passief bouwen of andere vormen van zeer energiezuinig bouwen

 

Voor klasse 2 geldt dat extra aandacht nodig is voor detaillering, hang- en sluitwerk, keuze van het afdichtingsmateriaal en de uitvoering. Bovendien wordt sterk geadviseerd een blowerdoortest uit te voeren.

Voor klasse 3 is veel aandacht voor luchtdichtheid een vereiste. Naast aandacht voor de details en de materiaalkeuze is controle door een specialist tijdens de gevel- en daksluiting een ‘must’. Een luchtdoorlatendheidsmeting tijdens de bouw (vóór de afbouw) wordt sterk aanbevolen en een meting achteraf is noodzakelijk, zo mogelijk gecombineerd met thermografisch/infrarood onderzoek met een warmtebeeldcamera.

Privaatrechtelijk

Bestek
De ambities van de opdrachtgever kunnen hoger zijn dan het bouwbesluit, het bouwbesluit is maar een minimum niveau. Vaak worden programma’s als PHPP, BREEAM, GPR en GreenCalc gebruikt als maatlat. Ook worden in bestekken aanvullende kwaliteitseisen gesteld. Hogere ambities van de opdrachtgever resulteren over het algemeen in strengere eisen ten aanzien van de luchtdichtheid.

PassivHaus Projektierungs Paket (PHPP)
We spreken van een passief gebouw wanneer deze beschikt over zowel een ontwerp- als uitvoergingscertificaat waarin het vastgelegd dat wordt voldaan aan de gestelde eisen. Eén van de parameters die deel uitmaakt van de PHPP-berekening is het infiltratievoud n50 in h-1. Voor het verkrijgen van het ontwerpcertificaat wordt voor nieuwbouwprojecten een infiltratie ≤ 0,6 h-1 bij 50 Pascal ingevoerd. Bij een standaard Agenschap NLwoning komt dit ongeveer overeen met een qv10 ≤ 0,15 dm3/s.m2.

Om in aanmerking te komen voor het certificaat “Gebouwd volgens Passief Bouwenkeur” moet er in de praktijk worden aangetoond dat er wordt voldaan aan de in de PHPP-berekeningen ingevoerde waarde. Het infiltratievoud n50 in h-1 van het gebouw wordt bepaald met een luchtdichtheidsmeting of “blowerdoortest”.

BREEAM
Voor het verkrijgen van BREEAM-credit ENE 26 is het verplicht om aan te tonen dat in de praktijk de in de EPC-berekening ingevoerde qv;10-waarde wordt gerealiseerd. Door middel van een blowerdoortest wordt bij oplevering van het gebouw vastgesteld of de qv;10-waarde wordt gehaald.

GPR
De EPC-berekening, en daarmee ook de luchtdichting die in de EPC-berekening is ingevoerd, maakt onderdeel uit van de GPR-checklist. Vanuit de GPR-checklist is het niet verplicht om door middel van een meting aan te tonen dat er wordt voldaan aan de in de EPC-berekening ingevoerde waarde.

GreenCalc
De EPC-berekening en daarmee ook de luchtdichtheid die in de EPC-berekening is ingevoerd, maakt onderdeel uit van de GreenCalc -berekeningen. Vanuit de GreenCalc -berekening is het niet verplicht om door middel van een meting aan te tonen dat er wordt voldaan aan de in de EPC-berekening ingevoerde waarde.

NVBV: Handboek Bouwfysische kwaliteit voor kantoren
Voor kantoorgebouwen is vaak het ‘Handboek Bouwfysische kwaliteit voor kantoren’ (van de Nederlands Vlaamse Bouwfysica Vereniging) van toepassing. In dit handboek worden eisen gesteld aan de luchtdichtheid van gevelelementen (zowel eisen per m2 gevel als eisen per m1 kier/naad). Ook hier wordt onderscheid gemaakt in een drietal klassen. De luchtdichtheid (maar ook de waterdichtheid) moet worden aangetoond door bijvoorbeeld mock-upmetingen.