Onderzoeken naar de veiligheid van galerij- en balkonplaten: dooizouten taboe voor galerij

In mei 2011 stortte een galerijplaat van de Antillenflat in Leeuwarden naar beneden. Helaas blijkt het toegepaste constructieprincipe en het bijbehorende risico geen uitzondering. Kunnen we dergelijke ongelukken in de toekomst nog meer verwachten? Inmiddels zij we zes jaar en vele onderzoeken wijzer, wat weten we inmiddels meer?

Onder andere in Den Haag, Tilburg, Breda en Venlo zijn verschillende galerij- en balkonplaten onveilig verklaard. De constructieve gebreken kwamen aan het licht bij het verplichte constructieve onderzoek. De veiligheid kon worden verbeterd door het uitvoeren van constructieve maatregelen, hierbij wordt een ondersteunende constructie geplaatst of worden wapeningsstaven bijgeplaatst. Bij vele andere flatgebouwen bleken de gebreken minder ernstig of niet aanwezig.

Door de invoer van een onderzoekplicht voor risicovolle galerij- en balkonplaten zijn er in zes jaar tijd een groot aantal flatgebouwen geïnspecteerd en gecontroleerd. De deadline voor deze onderzoeken, 1 juli 2017 is ondertussen verstreken. Het is sterk de vraag of deze datum door alle gebouweigenaren is gehaald. Wanneer er geen rapportage kan worden verstrekt kan de gemeente als handhaver van de bouwregelgeving besluiten om de gebouweigenaar op de vingers te tikken. Ook kan de gemeente besluiten om zelf een adviesbureau in te schakelen (op kosten van de gebouweigenaar uiteraard).

Bevindingen Nieman-Kettlitz

Nieman-Kettlitz heeft de afgelopen jaren een groot aantal onderzoeken uitgevoerd naar de constructieve veiligheid van balkon- en galerijplaten. Dit artikel beperkt zich tot de onderzoeken uitgevoerd in het tweede deel van 2016 en 2017.
Bij 46% van de onderzoeken kon de constructieve veiligheid worden vastgesteld op basis van het dossieronderzoek en een non-destructieve meting van de wapeningsconfiguratie. Bij de overige onderzoeken bleek het noodzakelijk om boormonsters te nemen, een wapeningsstaaf vrij te maken of om trekproeven op de wapeningsstaaf uit te voeren, alvorens de constructie kon worden goedgekeurd.  Bij drie complexen bleek de constructie niet te voldoen en zijn constructieve maatregelen nodig (± 9%). Om onnodige commotie te voorkomen worden deze complexen in dit artikel niet met naam en toenaam genoemd.

 

1)Bij 10% van de balkon- of galerijplaten is een steekproef genomen.

De twee meest voorkomende risico´s bij de galerijflat zijn: een te diepe ligging van de wapeningsstaven en chloride-geïnitieerde corrosie. Andere risico´s, zoals aanvullende belastingen waar in de oorspronkelijke berekeningen geen rekening mee is gehouden, zijn minder vaak aangetroffen.

Diepte ligging van de wapeningsstaven

De betonplaten zijn ingeklemd aan de gevelzijde, de wapeningsstaven moeten de trekspanning aan de bovenzijde van de plaat opnemen. Het is daarom belangrijk dat de wapening niet te diep in het beton ligt. Omdat de wapeningsstaven in het werk worden aangebracht kan de hoogte van de wapeningsstaven nog al eens variëren. Ondanks dat de wapeningsstaven vaak te diep liggen blijkt uit een rekenkundige controle meestal dat de balkons of galerijen alsnog voldoen aan het minimale niveau voor bestaande bouw.

Een te hoog chloride gehalte

Een ander groot risico is een te hoog chloridegehalte. De noodzaak voor aanvullend onderzoek naar het chloridegehalte bleek in 14% van de onderzoeken noodzakelijk. Chloriden in het beton kunnen putcorrosie van de wapeningsstaven tot gevolg hebben. Putcorrosie is een zeer verraderlijke vorm van corrosie, de wapening wordt plaatselijk zwaar aangetast, vaak in de meest kritische zone van de betonplaat. De uitkragende vloer kan hierdoor plotseling bezwijken zonder waarschuwende signalen. Deze vorm van corrosie is ook aangetroffen bij de bezweken galerijplaat van de Antillenflat in Leeuwarden.
Chloride-ionen kunnen op verschillende manieren het beton binnendringen. Zout in zeelucht kan op balkons en galerijen worden afgezet. In veel gevallen loopt het afschot richting de gevel, de natriumchloride kan vervolgens kan via haarscheurtjes het beton indringen. Dit risico speelt bij flatgebouwen nabij de kustlijn.
Een ander risico speelt met name bij galerijplaten. Hier wordt dikwijls gestrooid met dooizouten om gladheid te bestrijden. Bij balkons wordt vrijwel nooit gestrooid met dooizouten, balkons van gebouwen ver van de kust worden daarom doorgaans niet op chloriden getoetst.
Daarnaast werd in het verleden wel eens calciumchloride aan beton toegevoegd om het sneller te laten uitharden. Dit risico speelt met name bij Kwaaitaal- en  Mantavloeren en minder bij galerij- en betonplaten.

Het chloridegehalte in het beton kan worden bepaald aan de hand van monsters van het beton. Om destructief onderzoek zoveel mogelijk te voorkomen wordt er vaak voor gekozen om de constructie te berekenen met een gereduceerde wapeningsdiameter. Hierbij wordt de afname van de diameter arbitrair vastgesteld. Uit de rekenkundige toets blijkt in veel gevallen dat er alsnog boorkernmonsters moeten worden genomen om de balkons te kunnen beoordelen.
In het grootste deel van de onderzoeken wordt uiteindelijk geen verhoogd chloridegehalte aangetroffen. Het risico op corrosie is hoog wanneer het chloridegehalte meer is dan 0,4% van het cementgewicht, bij een percentage van 1,0% of meer is putcorrosie zelfs zeer aannemelijk. Bij een te hoog chloridegehalte zijn maatregelen vrijwel altijd noodzakelijk. Bij 9% bleek het chloridegehalte te hoog.

Eindoordeel

De afgelopen jaren zijn er een paar gebouwen in het nieuws geweest waarbij met spoed constructieve maatregelen nodig bleken. Door de onderzoeken naar uitkragende balkon- en galerijplaten zijn mogelijk een paar nieuwe rampen voorkomen. Er zijn geen getallen bekend van het aantal afgekeurde galerij- of balkonplaten, wellicht zijn niet alle getroffen flatgebouwen uitgebreid in het nieuws geweest.
In de meeste gevallen is gelukkig gebleken dat de constructieve veiligheid van de onderzochte balkons- en galerijen voldoet.
De vraag is of na al het onderzoek iedereen weer met een gerust hart over zijn of haar galerij kan lopen. Ondanks het verstrijken van de deadline zijn hoogstwaarschijnlijk nog niet alle risicovolle flatgebouwen onderzocht. Daarnaast blijft het strooien met dooizouten een risico voor de toekomst, met name bij de constructies die slechts net voldoen aan het minimale draagvermogen. Alle risico’s zijn nooit uit te sluiten. Wel is de situatie zes jaar na het ongeval in Leeuwarden veiliger geworden

Dit artikel is geschreven door Rick van de Pol van Nieman-Kettlitz Gevel- en Dakadvies en ook gepubliceerd op Bouwwereld.nl 07/08-2017

Evaluatie onderzoeken galerij- en balkonplaten

In 14 procent van de inspecties bleek aanvullend onderzoek naar het chlori-degehalte noodzakelijk. Chloriden in het beton kunnen putcorrosie van de wapeningsstaven tot gevolg hebben.

Bij 46 procent van de onderzochte flats kon constructieve veiligheid worden vastgesteld op basis van het dossieronderzoek en een non-destructieve meting van de wapenings-configuratie.

Bij 46 procent van de onderzochte flats kon constructieve veiligheid worden vastgesteld op basis van het dossieronderzoek en een non-destructieve meting van de wapenings-configuratie.

Evaluatie onderzoeken galerij- en balkonplaten

Er spoelt kalk door de watervoerende scheuren in het balkon.

Evaluatie onderzoeken galerij- en balkonplaten

Carbonatatieschade aan de balkonrand.