Bent u eigenaar van een gebouw, dan wilt  u er niet aan denken dat er instortingsgevaar is. Toch bent u verantwoordelijk voor de constructieve veiligheid van uw gebouwen. Wanneer uw pand is gebouwd na 1999 zijn er mogelijk breedplaatvloeren toegepast.

De risico’s

Uit een onderzoek door adviesbureau Hageman en TNO blijkt dat de koppeling tussen twee breedplaatvloeren onvoldoende was om de optredende belastingen op te nemen. Een combinatie van de volgende factoren heeft tot het bezwijken van de vloer geleid:

  • Het oppervlak van de breedplaatvloer was niet goed opgeruwd;
  • Er was zelfverdichtend beton toegepast;
  • Er was sprake van een positief moment ter plaatse van de koppeling tussen de platen.

In het onderzoek wordt ook geconcludeerd dat deze gevaarlijke situatie mogelijk veel vaker voor kan komen. Dit risico bij het toe passen van breedplaatvloeren is tot dan toe onopgemerkt gebleven.

Bollenplaatvloeren en breedplaatvloeren zijn in de afgelopen twee decennia veel in parkeergarages, scholen en winkelcentra toegepast. Om een volgende ramp te voorkomen  is het daarom van groot belang dat alle risicovolle gebouwen op korte termijn worden onderzocht.

 

Onderzoeksplicht

Gebouweigenaren zijn er verantwoordelijk voor dat hun gebouwen voldoen aan het Bouwbesluit. Gezien de recente ontwikkelingen geldt een onderzoekplicht naar gebouwen waar deze vloerconstructie is toegepast. Wij begrijpen dat u dit onderzoek niet zelf wilt of kunt uitvoeren en helpen u dan ook graag de risico’s te inventariseren. Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken heeft alle gemeentes verzocht om eigenaren aan te schrijven van gebouwen die na 1999 gebouwd zijn met breedplaatvloeren. In een aantal gemeentes zijn hierdoor al  enkele risicovolle vloeren ontdekt. In deze gebouwen is ervoor gekozen om, afhankelijk van een aantal risicofactoren, de vloer minder te belasten of om acuut constructieve maatregelen te treffen.

Onderzoeksmethode

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft het informatiedocument ‘Beoordeling veiligheid breedplaatvloeren bestaande bouw’ uitgegeven. Alle gebouwen van na 1999 waarin breedplaatvloeren zijn toegepast kunnen aan de hand van deze methode worden beoordeeld. Dit geldt voor zowel breedplaatvloeren met gewichtsbesparende elementen en breedplaatvloeren zonder gewichtsbesparende elementen. Aan de hand van een stappenplan wordt het constructieve risico beoordeeld en kunnen maatregelen worden vastgesteld.

Samenwerking Nieman en Boorsma

Nieman-Kettlitz  Gevel- en Dakadvies en ingenieursbureau Boorsma bundelen hun expertise om gebouweigenaren op korte termijn duidelijkheid over de veiligheid van hun vloeren te kunnen geven. Op basis van de constructietekeningen, berekeningen en informatie van producenten wordt een eerste selectie gemaakt tussen risicovolle en veilige vloeren. Bij de risicovolle vloeren voeren wij een maatwerk vervolgonderzoek uit. Wanneer blijkt dat er een acuut veiligheidsrisico is geven wij u advies over noodzakelijke vervolgstappen en maatregelen.

Voldoet mijn gebouw wel of niet?

Wilt u een risico-onderzoek naar de veiligheid van uw breedplaatvloeren? Neem dan contact op met specialist Rick van de Pol. Ook voor aanvullende informatie kunt u bij hem terecht.