Vochtproblemen in het dak leidt tot gevelschade

Zomercondens wijst op ingesloten vocht

Tijdens een inspectie op een warme, zomerse dag van de houten boeiboorden bij een groot nieuwbouw-project werden vochtproblemen geconstateerd. Achter de houten boeiboorden zat veel vocht ingesloten en dat plaatselijk de onbehandelde houten delen, waar de boeiboordelen tegenaan waren gemonteerd, vochtig tot nat waren en al aan het verkleuren waren. Tussenliggende isolatieplaten waren met name aan hun achterzijde vochtig. In de achterliggende dampremmende laag zaten insnijdingen. Omdat er geen duidelijke bron was te vinden voor dit opgesloten vocht is er hiernaar een nader onderzoek ingesteld.

Uitgangssituatie

Opvallend genoeg bleek bij dit onderzoek dat er met name achter de dampremmende folie veel vocht zat, zelfs daar waar er kruisvormige insnijdingen waren gemaakt. Gezien de hoeveelheid rees de vraag of dit te verklaren was op basis van bouwvocht en/of mogelijk tijdens de bouw natgeregende delen van de achterliggende constructie.  Gezien de locatie van het vocht, deels dus ook achter de folie, leek dat niet logisch. Hier was betonplex toegepast, een materiaal dat maar weinig vocht opneemt.

 onderzoek naar vochtproblemen : Boeiboordconstructie na verwijdering van platen  onderzoek naar vochtproblemen: Van voren gezien met ingesneden dampremmende folie  onderzoek naar vochtproblemen: Deels verkleurd achterhout onderzoek naar vochtproblemen : Condens achter de dampremmende folie  onderzoek naar vochtproblemen: Verzadigde zandcementlaag op het aansluitende platte dak ter plaatse van een insnijding.

Oorzaak

De conclusie op basis van de hierboven gegeven uitgangssituatie was dat het condens vrijwel zeker een andere bron moest hebben. Een mogelijkheid was vocht vanuit de omsloten achterliggende ruimten. Hier werd echter nog niet gestookt zodat het onwaarschijnlijk was dat de dampspanning binnen hoger kon zijn dan buiten, waarmee de drijvende kracht achter dit mogelijke vochttransport ontbrak.

De enige overgebleven mogelijkheid was vochttransport vanuit een vochtig of nat constructiedeel dat blijkbaar niet anders kon uitdrogen dan via de boeiboordconstructie. Deze constatering is de reden geweest om de aansluitende dakconstructie op meerdere plaatsen open te maken.

Hierbij werd geconstateerd dat de ca. 3 a 4 cm dikke zandcementlaag tussen de prefabbetonplaten en de dampremmende laag in de platdakconstructie over zijn volledige hoogte nat was. Dit representeert daarmee een grote hoeveelheid vocht. Verder werd geconstateerd dat de dampremmende laag bij dakranden en andere aansluitingen niet was opgezet. De zandcementlaag bleek tot tegen het betonplex door te lopen.

Als reeds aangegeven was het zeer warm en zonnig weer. Dit betekende een sterke opwarming en verdamping van het ingesloten vocht. Dit kon echter vrijwel nergens heen. Aan de onderzijde bevond zich het dichte prefabbeton en aan de bovenzijde de dampremmende laag plus de dakbedekking.

Hierin is de verklaring te vinden voor de condensvorming achter de dampremmende folie in de ‘rekken’. Het verdampte vocht diffundeerde, omdat dit de minst dichte aansluiting was, door het betonplex heen. Aan de buitenzijde hiervan kwam het vervolgens de dampremmende laag in de ‘rekken’ tegen waardoor verder damptransport (deels) werd geblokkeerd en condensatie (in de koelere nachten) het gevolg was.

Oplossing

Er waren de volgende opties na een voldoende droging van de boeiboordconstructie:

  1. De aanvoer van vocht naar de boeiboorden vanuit de zandcementvloer voorkomen;
  2. Het vocht uit deze vloer verwijderen;
  3. Voorkomen dat de vochtafvoer vanuit de zandcementvloer via de boeiboorden tot problemen kon leiden.

Optie 2 betekende slopen van de volledige dakconstructies. Er zijn wel middelen en systemen om tot een versnelde droging te komen maar de resultaten hiervan zijn onvoorspelbaar en het succes zeer wisselend. Natuurlijke droging kon echter als gevolg van de gegeven situatie jaren gaan duren.

De gemaakte keuze was gebaseerd op een afweging tussen kosten en te accepteren risico’s en is gevallen op de combinatie van de opties 1. en 3. Hierbij was een belangrijk gegeven dat in de dak-constructie zelf geen vochtgevoelige materialen voorkwamen. Zou het vocht echter via aansluitingen aan de binnenzijde terecht kunnen komen, denk vooral aan de aansluitingen tussen plafond en wanden, dan waren de risico’s op schimmelgroei aanzienlijk.

Na het geforceerd drogen van de boeiboordconstructie en achterliggende delen, is de constructie hersteld.  Aansluitend zijn alle aansluitingen zodanig dicht gemaakt (o.a. dampremmende laag in het dak doorzetten) dat het uitdampen via de boeiboorden beperkt en naar binnen toe volledig geblokkeerd werd. Bovendien zijn de boeiboorden sterk ventilerend uitgevoerd. Insluiting van vocht en een lange drogingsperiode zijn daarmee dus geaccepteerd. Tot op heden heeft dit geen overlast en/of probleem opgeleverd.

Dit artikel is geschreven door Otto Kettlitz en ook gepubliceerd in Bouwwereld 01-2017