In dit artikel worden de voor-en nadelen van groendaken beschreven. Maar ook hoe lekkages bij daktuinen ontstaan en hoe je deze lekkages kan oplossen en voorkomen.

Uitgangspunten als het ‘meervoudig gebruiken van het maaiveld’, ‘het verfraaien van de gebouwde omgeving’ en ook de noodzaak om de steeds vaker voorkomende pieken in de regenwaterafvoer op te vangen, hebben ertoe geleid dat op steeds meer daken groenvoorzieningen worden aangebracht. Het aanleggen van dit soort daken is vaak één van de weinige maatregelen die stadsbewoners en investeerders in deze omgeving zelf kunnen nemen om hun omgeving positief te kunnen beïnvloeden. Het is een mooi alternatief voor het toenemende lawaai en vervuiling van verkeer en vliegtuigen en het verwijderen van openbaar groen voor nieuwbouw (inbreidingsplannen) en voorzieningen als bijvoorbeeld parkeren. Van belang is dat dergelijke daken direct goed en deugdelijk aangebracht worden omdat eventuele lekkages opsporen en het herstellen ervan vaak met veel tijd, kosten en ergernis gepaard gaat. Niet zelden neemt het draagvlak voor groene daken door aanhoudende problemen af in plaats van toe.

Voordelen van groendaken

Het aanbrengen van een groendak heeft een aantal duidelijke voordelen. Allereerst creëert men een stuk natuur en bruikbare buitenruimte in een bebouwde omgeving. Dit kan als zeer waardevol worden ervaren en bovendien kan hier direct van worden genoten. Het maken van een groendak sluit aan op de grote aandacht voor het milieu, versterkt daarmee het milieubewuste imago van de eigenaar en kan ook aansluiten op de cradle-to-cradle filosofie, althans als de daktuin wordt opgebouwd uit herbruikbare materialen en bouwstoffen.

Technisch gezien heeft het realiseren een daktuin ook voordelen. Het kan de isolatieprestatie van het dak verbeteren. Bovendien wordt de onderliggende dakbedekking minder blootgesteld aan de weersinvloeden, waardoor de levensduur ervan kan worden verlengd. Ook de brandwerendheid van het dak kan zo worden verbeterd. Zonnepanelen in combinatie met een daktuin bieden nog meer voordelen.

Naast voordelen op gebouwniveau zijn er ook voordelen op omgevingsniveau. Het belangrijkste aspect daarbij is het opvangen en bufferen van regenwater zodat pieken in afvoeren en belasting van het oppervlaktewater worden gedempt. Fijnstof en luchtvervuiling worden deels opgevangen waarbij tevens CO2 wordt opgenomen.

Nadelen van groendaken

Naast de bovengenoemde voordelen van een groendak bestaan er ook nadelen. Zo zijn de kosten gemoeid met het aanleggen van het dak aanzienlijk hoger en er bestaat een niet te onderschatten risico op lekkage door bijvoorbeeld wortelgroei. En in samenhang daarmee kunnen er aanzienlijke kosten verbonden zijn aan het opsporen en verhelpen van lekkages. Daktuinen zijn relatief complex. Dat vergroot het risico op fouten. Ook het feit dat met daktuinen relatief beperkt ervaringen zijn opgedaan, dat er veel nieuwe ontwikkelingen zijn en dat nogal eens de grenzen worden opgezocht houdt extra risico’s in. Vaak worden deze fouten pas vastgesteld als er een lekkage optreedt. Niet zelden blijken de gemaakte fouten dan zo structureel dat het hele werk opnieuw gedaan moet worden. Dit laatste was ook het geval bij het beschouwde project.

voor-en nadelen van groendaken beschreven. Maar ook hoe lekkages bij daktuinen ontstaan en hoe je deze lekkages kan oplossen en voorkomen. voor-en nadelen van groendaken beschreven. Maar ook hoe lekkages bij daktuinen ontstaan en hoe je deze lekkages kan oplossen en voorkomen. voor-en nadelen van groendaken beschreven. Maar ook hoe lekkages bij daktuinen ontstaan en hoe je deze lekkages kan oplossen en voorkomen. voor-en nadelen van groendaken beschreven. Maar ook hoe lekkages bij daktuinen ontstaan en hoe je deze lekkages kan oplossen en voorkomen.

Ontstaan van lekkages

Het dak bestaat uit een betonnen vloer waarop een koudgespoten wortelwerende spuitbitumen dik minimaal 4 mm is aangebracht. Deze zou volledig verkleefd aangebracht worden. De gedachte hierbij is de gevolgen van een eventuele lekkage tot een minimum te beperken. Eventuele gebreken in de dakbedekking kunnen door de volledige verkleving goed gelokaliseerd worden en dus verholpen worden omdat verspreiding in de onderliggende constructie dan niet mogelijk is.

Op deze waterdichte laag is een isolatielaag aangebracht (140 mm XPS) met daar bovenop een drainagelaag ca 20mm. De laag heeft als doel het water eenvoudiger en sneller af te voeren. Op deze drainagelaag is een substraat laag aangebracht (180 tot 300 mm dik) van het type intensief. Op deze laag zijn naast grindbestrating, tegelpaden en gazonmatten ook plantenbakken, vaste planten en heesters aangebracht. Voor de realisatie van het gedeelte met een getrapt talud zijn ter plaatse op de gespoten dakbedekking betonnen keerwanden geplaatst.

Bij een dergelijk ontwerp en een zorgvuldige uitvoering zou deze opbouw in principe goed moeten functioneren. Dit bleek echter niet het geval te zijn; na verloop van tijd traden er lekkages op, met name onder het taludgedeelte. Gezien de opbouw van het dak zou te verwachten zijn dat direct boven de lekkages een gebrek aangetroffen zou worden. Dat bleek echter niet het geval te zijn. Geo-electrisch onderzoek toonde aan dat er verschillende potentiële inwateringspunten aanwezig waren, verspreid over een relatief groot dakvlak. Daarop werd geadviseerd om op die plekken een visuele inspectie uit te voeren, hetgeen het deels afgraven van de daktuin impliceerde, en de waterdichte laag te controleren op eventuele gebreken.

Verschillende locaties zowel in het platte vlak en het talud zijn onderzocht, zowel waar wel als waar geen water werd gedetecteerd. Op meerdere plekken werd vocht aangetroffen onder de waterdichte laag; niet altijd in combinatie met een duidelijk inwateringspunt. Verder werd vastgesteld dat de dikte van de gespoten laag sterk varieerde. Met name bij randen en uitwendige hoeken was de laagdikte onvoldoende. Bij sommige verticale vlakken van het talud was het beton vrijwel kaal of was er sprake van gaten. Uit het onderzoek bleek dat de hechting van de dakbedekking aan de betonnen ondergrond op een aantal plaatsen onvoldoende was. De ingelegde polyesterdoek lag dan vaak praktisch bloot op de ondergrond. De verwerking van het materiaal bleek niet correct. Een vast patroon kon niet worden vastgesteld wat het vermoeden deed rijzen dat de ondergrond onvoldoende was voorbehandeld voordat de koudgespoten bitumen was aangebracht. Een bijkomend probleem vormden de betonnen keerwanden op het talud. Deze waren veelal opgelegd op houten stelblokken die door het gewicht van deze wanden diep in de dakbedekking werden gedrukt. Door hun gewicht was de dikte van de dakbedekking ter plaatse gereduceerd tot ca. 1 mm. Verder werden bij de dakranden relatief veel gebreken aan en onthechtingen van de dakbedekking aangetroffen. Tussen gevel en betondak zijn stalen zetwerkstukken aangebracht. Bij het aanbrengen van de dakbedekking was onvoldoende rekening gehouden met hun onderlinge werking.

Waar het bij dit project is misgegaan zijn de detailaansluitingen, de tekortschietende uitvoering en het niet onderkennen dat een geconcentreerde, constant aanwezige relatief hoge belasting (door de keer-wanden) als gevolg van het plastische gedrag van de dakbedekking in de tijd tot diepe indrukkingen in deze waterdichte laag leidt.

Oplossing

Voor het oplossen van lekkages dienden alle waterblazen opgespoord te worden en al het water onder de dakbedekking te worden verwijderd. De geo-electrische metingen bleken hierbij geen volledig beeld op te leveren. Ook was er geen duidelijk patroon vast te stellen. Wel bleek dat over het gehele dakvlak de hechting en uitvoering van de dakbedekking onder de maat was met alle risico’s van dien. Daarom is de bestaande dakbedekking verwijderd en vervangen door een 2-laags bitumen dakbedekking. Zowel de nieuwe onderlaag als de toplaag zijn volledig verkleefd. Vervolgens is het gehele dakpakket opnieuw opgebouwd waarbij keerwanden herplaatst zijn  op een dusdanige wijze dat de puntbelasting ter plaatse aanzienlijk is gereduceerd.

Dit artikel is geschreven door Otto Kettlitz en Twan Nuijen en ook gepubliceerd op Bouwwereld.nl