De praktijk moet de kwaliteitsborging tot een succes maken

De Eerste Kamer heeft de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB) aangenomen. Daarmee lijkt de kwaliteitsstrijd gestreden. Toch komt het aan op de praktijk om kwaliteitsborging tot een succes te maken. Het gaat dan om de wijze van implementatie en vooral de visie die daaruit spreekt. Pakt de sector de handschoen op en gaat zij staan voor kwaliteit, of doen we ons best om van de kwaliteitsborger een papieren tijger te maken?

Tijd voor kwaliteit

De bouw- en installatiesector staat voor een keuze: omarmen of wegduiken. Staan wij voor onze kwaliteit en grijpen we deze kans aan, of duiken we in de slachtofferrol. Wij pleiten er voor het te zien als kans, omdat we het belangrijk vinden om te kunnen aantonen dat we consumenten en andere afnemers een comfortabel, veilig en duurzaam gebouw leveren. Eindelijk kan kwaliteit je onderscheidend maken en wordt een focus op een procesmatige aanpak van kwaliteitsbewaking beloond. De invoering van de WKB biedt de ideale kans om te laten zien dat het wantrouwen van de maatschappij in de bouw onterecht is. En de onduidelijkheden die er nog zijn? Die lossen we op, volgens een goed en open poldermodel met een weging van alle belangen. Dat was immers tot voor kort een positieve Nederlandse eigenschap, terecht wereldwijd als voorbeeld gesteld.

Natuurlijk kennen we het tegengeluid. De vrees voor verdere verjuridisering van de bouw in ellenlange procedures over verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Het eindeloos doorleggen van een eventuele aansprakelijkheid naar derden. De grote mate van onduidelijkheid die er nog is, omdat de uitvoeringsorganisatie nog vorm moet krijgen. Het meest eenvoudig te weerleggen is de vrees voor de papieren tijger in deze digitale wereld. Al enkele jaren is er inmiddels ervaring met het op een transparante, flexibele en actie-gerichte manier vastleggen van gerealiseerde kwaliteit en de signalering van fouten en onvolkomenheden. Uitvoerders en kwaliteitsinspecteurs met een ipad op de steiger zijn al lang geen uitzondering meer. De gerechtvaardigde verwachting is dat de WKB op dit vlak voor een verdere versnelling gaat zorgen.

Hoe gaan we de implementatie fase aanpakken?

Uiteindelijk is er na het aannemen van het wetsontwerp één groot winstpunt: duidelijkheid! Maar duidelijk is ook dat er nog veel onduidelijk is. We gaan de volgende fase in, die van implementatie. Vooraf is de gerechtvaardigde verwachting dat de WKB er voor gaat zorgen dat meer gebouwen worden opgeleverd die voldoen aan wet en regelgeving. En dat is nodig, we hebben een bewezen negatief trackrecord. Bijkomend voordeel is, dat door het moeten vastleggen van wat je daadwerkelijk aan het bouwen bent, er allerlei gebreken aan het licht komen, die nu in een volgende uitvoeringsfase (letterlijk) worden toegedekt. Daarmee leidt de WKB direct tot een verbeterslag in de bouwkwaliteit. Veel hangt er van af of deze verschuiving van verantwoordelijkheid naar de markt, bestand is tegen de werking van de markt.

Waar ligt de sleutel? Naar ons idee in een implementatie die uitgaat van een procesaanpak boven een projectaanpak. Dit sluit ook aan bij onderzoek van de EIB (en anderen) waarin dit als één van de redenen wordt gezien voor het laag lerend vermogen van de bouw, het niet onder bedwang krijgen van de faalkosten en de beperkte (financiële) ruimte die wordt vrijgemaakt voor innovaties. Anders gezegd: we kijken naar projectbudgetten, projectkwaliteit, projectoplossingen, maar de projectevaluaties … die slaan we over.

Hoe gaan we vertrouwen op de kwaliteit?

De WKB is de ideale kapstok om kwaliteit onderdeel te maken van het primaire proces. Niet alleen omdat je het wil, maar nu ook omdat het moet. Vergelijk het maar met de wet en regelgeving rondom Arbo en Milieu. Ook destijds is de formalisering in de regelgeving het vliegwiel geweest voor borging van abstracte uitgangspunten in praktische oplossingen voor de dagelijkse bouwpraktijk. Zo zal degene die de borging van kwaliteit onderdeel maakt van zijn bedrijfsproces, het straks als natuurlijk gedrag gaan ervaren. Die gaat leren van fouten, routine kweken, het gat tussen kantoor en bouwplaats dichten, inzicht en lerend vermogen generen en gaat als gevolg daarvan vertrouwen op zijn kwaliteit. En dat vertrouwen geeft vertrouwen, aan opdrachtgevers, borgers en gemeenten. Die aanpak zal het altijd winnen van degene die er voor kiest zijn traditionele aanpak net genoeg bij te sturen om via minimale inspanning op projectniveau te komen tot een opleverdossier dat op school met een 6- zou worden beoordeeld.

Voor een belangrijk deel gaat het bij kwaliteitsborging om vertrouwen. De overheid en de politiek hebben met deze wet het vertrouwen uitgesproken dat de bouw- en installatiesector in staat is om de verantwoordelijkheid te pakken. Laten wij dat vertrouwen waarmaken.

Deze Duurzaam Gebouwd expertblog is geschreven door Harm Valk, Sander van der Tol en Emile Jansen en op 3 juni 2019 gepubliceerd op Duurzaam Gebouwd.nl.

Ook is deze expertblog en ingekorte en bewerkte vorm verschenen als Cobouw-column onder de titel ‘Kwaliteitsstrijd’