André Kruithof schreef voor vakblad Roofs een artikel over de eis aan risico oververhitting bij nieuwbouw woningen

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)  heeft aangekondigd dat, gelijk met de BENG-eisen, een eis van kracht wordt aan de temperatuuroverschrijding in nieuwe woningen. Deze eis is bedoeld om oververhitting in de zomer te voorkomen en gaat vanaf 1 juli 2020 gelden.  

We worden geconfronteerd met steeds warmere zomers. Hiermee neemt de noodzaak om maatregelen te treffen tegen oververhitting toe. Nieuwe woningen worden steeds beter geïsoleerd en bouwen we zo energiezuinig mogelijk. Woningen houden daardoor hun warmte meer vast. In de zomer kan dat problemen opleveren. Hogere binnentemperaturen leiden tot gezondheidsrisico’s en overlast.

De RVO heeft W/E-adviseurs onderzoek laten verrichten naar het criterium en de grenswaarde om het risico op ­over­verhitting in nieuwbouwwoningen te beperken. Op basis hiervan adviseerde RVO het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties om een eis aan TOjuli op te nemen in de bouwregelgeving (Advies eis vermindering risico oververhitting nieuwbouw­woningen in Omgevingsregeling).

Om een energiegebruik voor koeling te voorkomen, moet worden voorkomen dat achteraf inefficiënte mobiele airco’s worden geïnstalleerd om de binnentemperatuur op een acceptabel niveau te houden. Een goed ontworpen gebouw kan oververhitting voorkomen. Er kan op verschillende manieren invulling worden gegeven aan de nieuwe eis. Bijvoorbeeld dat – bij oplevering van een nieuwe woning – zonwering aanwezig is, dat er goed nagedacht is over de ventilatie (zomernachtventilatie) binnen woningen en/of dat er rekening gehouden is met de ligging van de woning ten opzichte van de zon. Er moet projectspecifiek worden beoordeeld welke maatregelen noodzakelijk zijn om aan de TOjuli-eis te kunnen voldoen. De nieuwe eis ten aanzien van oververhitting gaat per 1 juli 2020 in, gelijktijdig met de eisen voor bijna-energieneutrale nieuwbouw (BENG).

Grenswaarde

Voor nieuw te bouwen woningen wordt in de bouw­­regelgeving een grenswaarde opgenomen voor TOjuli. Dit is een indicatiegetal, waarmee inzicht gegeven wordt in het risico op temperatuuroverschrijding. De TOjuli volgt uit de Energieprestatieberekening conform NTA8800. De grenswaarde wordt gesteld op een maximale waarde van 1,0 (bron: RVO). Als het TOjuli getal hoger is dan 1,0 zijn maatregelen nood­zakelijk om oververhitting te voorkomen. De nieuwe eis kan in de praktijk bijvoorbeeld tot maatregelen leiden op het gebied van zonwering, de afmeting van ramen, de toevoeging van een overstek of de oriëntatie van een

woning. Maar omdat TOjuli een indicatiegetal is, mag ook aan de hand van een dynamisch simulatie­programma (temperatuuroverschrijdingsberekening, ­kortweg: TO-berekening) alsnog aangetoond worden dat het risico op oververhitting acceptabel blijft. De referentie voor de Gewogen Temperatuuroverschrijding (GTO) wordt daarvoor gesteld op maximaal 450 uur. De randvoorwaarden die voor een dergelijke berekening gelden, worden nader vastgelegd. Voor het bepalen van het TOjuli is geen apart rekenprogramma nodig, omdat de TOjuli-indicator gelijktijdig berekend wordt met de BENG-berekening volgens NTA8800.

Praktische consequenties

De praktische consequenties van de TOjuli-eis moeten zoals gezegd projectspecifiek worden vastgesteld. Aspecten die een belangrijke invloed hebben op de uitkomst van TOjuli zijn niet alleen de eerder genoemde oriëntatie, mate van transparantie, zonwering en thermische kwaliteit. Ook het ventilatiesysteem, luchtdichtheid en thermische massa van het gebouw zijn bepalende factoren.

Momenteel is er nog geen (commerciële) software beschikbaar voor het berekenen van TOjuli (en de BENG-indicatoren). Die wordt aan het einde van 2019 verwacht. Niettemin lopen er momenteel onderzoeken naar de consequenties van de TOjuli-eis voor praktijkprojecten. Meer informatie in dat kader wordt door het Lente-akkoord gedeeld tijdens een ZEN platformbijeenkomst op 19 november.

BENG

De nu bekende EPC is een dimensieloze eengetalswaarde. Dat gaat veranderen. In Nederland wordt de energie­prestatie voor elke bouwaanvraag vanaf 1 juli 2020 uitgedrukt in drie energieprestatie-indicatoren. De energieprestatie-indicatoren zijn:

  • de energiebehoefte-indicator in kWh/m² (BENG 1);
  • de primaire fossiele energie-indicator in kWh/m² (BENG 2);
  • het aandeel hernieuwbare energie in % (BENG 3).

De energiebehoefte (BENG 1) is een maat voor de energiezuinigheid van het gebouw zelf. Het gaat daarbij om de energiebehoefte voor zowel verwarming als koeling, onafhankelijk van de aanwezige installaties. Naast thermische isolatie hebben zaken als oriëntatie, luchtdichtheid en het gebouwontwerp daar invloed op. Er wordt bij de bepaling van de energiebehoefte gerekend met een vastgesteld (fictief) ventilatiesysteem. De hoeveelheid primaire fossiele energie (BENG 2) is het best voor te stellen als de energie-inhoud van de oorspronkelijke brandstof, bijvoorbeeld in de elektriciteitscentrale. Doordat er een aandeel hernieuwbare (duurzame) energie wordt gevraagd (BENG 3), is te con­cluderen dat dit verplicht wordt. Daarbij telt niet alleen directe opwek mee, zoals in zonnepanelen of ­-collectoren, maar ook het gebruik van omgevingswarmte uit bijvoorbeeld de bodem of de lucht via een warmtepomp.

Lees ook

 

Heeft u vragen over de BENG-eisen of TO juli?

Neemt u dan met André Kruithof of Harm Valk contact op.

FACTSHEET “EISEN AAN TEMPERATUUROVERSCHRIJDING IN NIEUWE WONINGEN”