Gebouwschil biedt veel kansen voor verduurzaming en circulariteit

Een grote verscheidenheid aan kansen voor de gebouwschil kwam aan de orde tijdens het eerste webinar van Duurzaam Gebouwd in 2012. Of je aan de slag gaat met geïntegreerde zonnepanelen of met dakbedekking, extra duurzame keuzes zijn er volop.

Het door Duurzaam Gebouwd-expert Harm Valk vakkundig geleidde webinar begon met een verdiepende presentatie van Sven Meijerink, de topman van PV-leverancier Robisol. Hij betoogde dat zonne-energie niet alleen heel duurzaam, eenvoudig en kostenefficiënt is, maar dat de toepassing ook heel mooi kan zijn. Waar sommigen de keuze ook willen laten afhangen van esthetische aspecten, heeft Robisol de oplossing in huis met indaksystemen of PV voor aan de muur. Deze is niet alleen terug te vinden op individuele woonhuizen, maar worden ook al toegepast op (honderden) sociale huurwoningen.

Webinar Gebouwschil met Harm Valk als moderator

Brandveiligheid

Dat alles vergt input van veel betrokkenen, want de opwekking van zonne-energie moet worden geïntegreerd in de architectuur en het bouwproces. Zo stuiten fabrikanten tegenwoordig op een tekort aan glas en zijn er specifieke eisen wat betreft de technische ruimte, de meterkast, de BENG-normen en de brandveiligheid.

Op dat laatste thema ging Meijerink veel dieper in. Naast zijn betoog verwees hij daarbij ook naar de specifieke uitleg in een video-opname over dit onderwerp. De oorzaak van brand schuilt doorgaans, zo blijkt uit onderzoek, in de connectoren. Dit is een lastig te testen kwestie, waardoor verzekeraars terughoudend zijn. Niet nodig, aldus Meijerink, zolang er maar deugdelijke connectoren worden gebruikt. Ze passen vaak wel op elkaar, maar als het binnenwerk niet gestandaardiseerd of deugdelijk is, kan er een hoge weerstand en uiteindelijk een vlamboog ontstaan. Dit euvel valt echter goed te beheersen met een vlamboogdetector en natuurlijk met goede (impedantie)metingen van het systeem.

Een elektrotechnische ingreep heeft wat Meijerink betreft de voorkeur boven een bouwkundige. In de tijd dat een stekker smelt en de gevolgschade pas echt optreedt, kan een omvormer allang de weerstand hebben gedetecteerd en zichzelf uitschakelen. Uiteraard dienen wel alle bouwkundige voorschriften te zijn gevolgd, bijvoorbeeld wat betreft brandscheiding (pas geen brandonveilige folie of HDPE toe).

BENG

De presentatie van de Heijmans ONE was voor Dennis Strijards (Heijmans) een goede gelegenheid om dieper in te gaan op de nieuwe BENG-normen. Het makkelijk verplaatsbare woningtype Heijmans ONE is bedoeld als woning op een tijdelijk leegstaande kavel. Het is een volledig geprefabriceerd huis voor één persoon, dat zo op een vrachtwagen kan worden aangevoerd en in een dag staat. Naast een slimme indeling is de installatie all-electric, met luchtverwarming, warmteterugwinning, infraroodpanelen en zonnepanelen.

Omdat het een tijdelijke woning is, geldt de BENG niet. Het is natuurlijk wel interessant om de bijbehorende cijfers te kennen, en dus de energieprestaties en het bijbehorende energielabel. En dat is precies wat Heijmans gedaan, heeft. Een leerzame klus!

Samen met een adviesbureau zijn aannames aangepast en meer toegeschreven naar dit woningtype om een eerlijke en goed vergelijkbare EPC en BENG te kunnen berekenen. De uitkomst is uiteindelijk, aldus Strijards, nog steeds niet fantastisch (variërend van label C tot A; zie de video voor de precieze toelichting van Strijards).

De regelgeving vereist inmiddels ook de inzet van een gecertificeerd adviseur, die nodig is om het toepassen van de BENG-normen te waarborgen. Vanuit die berekening volgt eerst een voorlopig energielabel en na de oplevering het definitieve label. De adviseur zal in dit kader ook gaan vragen naar de onderbouwing en de kwaliteitsverklaringen (van het Bureau Controle en Registratie Gelijkwaardigheid). Maar hoe check je dan tijdens de oplevering de isolatie? Het maken van foto’s tijdens de bouw zullen samen met de berekeningen een afdoende dossier moeten gaan vormen.

Strijards pleit in dat kader ook voor een database waarin dossiers worden verzameld van samengestelde prefab producten, zoals de Heijmans ONE. Als vervolgens ook de bovenstaande berekeningen in de BENG-software kunnen worden opgenomen, hoeft voor deze prefab oplossing slechts één keer een kwaliteitslabel of certificaat te worden afgegeven. Dan hoeft een adviseur niet steeds – per woning – naar de bouwplaats te komen, aldus de wens van Strijards en Heijmans.

Integrale kwaliteit

Harm Valk nam zelf namens Nieman kort het woord, om te pleiten voor ‘integrale kwaliteit’. De inzet van alle betrokkenen in de verduurzaming dient volgens hem verder te gaan dan het thema energie. Het comfort van de eindgebruiker moet in het middelpunt staan, de circulariteit van materialen is essentieel en uiteindelijk de drie-eenheid mens, markt en aardbol. Neem die zaken integraal in het hele ontwerpproces mee.

De bouwkwaliteit is daarbij van groot belang en daarin geeft bijvoorbeeld prefabricage meer zekerheid. Daarnaast mag een gebouw ook gewoon mooi zijn. Een mooi, duurzaam en ook comfortabel gebouw doorstaat de tand des tijds makkelijker en blijft daardoor langer behouden, zelfs met meerdere functies in de loop der eeuwen. Dat zorgt bovendien voor minder verbruik van materialen. Vandaar dat het integraal bouwen, klimaatadaptief en energiezuinig, voorop moet staan.

Circulariteit

De laatste spreker van de ochtend, Benno Nijenhuis (hoofd marketing Carlisle) richtte zich met zijn verhaal op de ‘vijfde gevel’: het dak. Carlisle levert innovatieve dakbekleding die bevestigd wordt met inductie. Daardoor is het materiaal na gebruik makkelijk te verwijderen om opnieuw te worden gebruikt in het productieproces. Een belangwekkende zaak, want jaarlijks wordt er in Nederland liefst 22 miljoen m2 dabbedekking aangebracht (65% renovatie, 35% nieuwbouw), dus daarbij is circulariteit een heel belangrijk aspect.

Er bestaan, zo ontdekte Nijenhuis, vele definities van circulariteit, maar hij kijkt nadrukkelijk naar de levenscyclusanalyse van een bouwproduct. Dan reken je door tot de fase van sloop of demonteren, waarna het product afval wordt en opnieuw kan worden toegepast. Nijenhuis: “Zonder afval heb je geen circulariteit. We zetten juist in op afval!” In Europa loopt Nederland hierin op kop, ontdekte Nijenhuis na rondvraag onder zijn internationale collega’s. Zo komt dit onderwerp in Duitsland zelfs niet voor in uitvragen naar de markt.

Werken met circulariteit mag echter ook geen greenwashing worden. “Is de toepassing van hout, dat toch wel groeit, werkelijk circulair? En is het verwerken van sloopmateriaal in de wegenbouw niet down-cycling en dus recycling in plaats van een vorm van circulariteit? Er moet wel echt sprake zijn van een reductie van grondstoffen.”

De producenten vormen echter nog een missing link. Die hoor je nog te weinig, terwijl je hen echt nodig hebt om circulair te zijn. Helaas is het circulair toepassen van materialen nu meestal duurder dan beginnen met standaard grondstoffen, aldus Nijenhuis. Dit komt ook door de beperkte mindset die heerst buiten Nederland, waar vaak de hoofdkantoren staan.

Carlisle draagt graag haar steentje bij met de genoemde circulaire dekbedekking, aangebracht met behulp van inductie. Deze wordt onder meer toegepast in een pilot van Van Wijnen in Groningen, nadat de bedrijven elkaar ontmoetten tijdens het Duurzaam Gebouwd Congres in Leeuwarden (2019).

Het toegepaste materiaal, Hertalan, kan na gebruik eenvoudig worden ontkoppeld, verwijderd en opnieuw gebruikt. Extra voordelen zijn het werken zonder open vuur en het gemak voor de dakdekker. We kunnen dit echter niet alleen, aldus Nijenhuis. Zo kan bijvoorbeeld de uitvraag beter en de investeringsaftrek MIA/Vamil kan daarbij helpen.

Terugkijken?

Kijk het door Duurzaam Gebouwd georganiseerde webinar Gebouwschil hier terug.

Heeft u vragen over dit webinar of over de gebouwschil?

Neemt u dan met Harm Valk contact op.