Nederland staat bekend als baksteenland, kijk maar om je heen. Het is veelal baksteen wat de klok slaat. Maar steeds meer zit achter dit gevelaanzicht geen traditionele gespouwde constructie.

Al jarenlang, maar door de verduurzamingsslag steeds meer, worden buitengevelisolatiesystemen aangebracht afgewerkt met steenstrips(keramisch of mineraal). Maar ook als afwerking op een betonnen achterconstructie worden veel steenstrips aangebracht. Door enkele projecten waarbij steenstrips zijn losgekomen van veelal harde ondergronden is er een angst ontstaan voor de verwerking van steenstrips. Dit leeft ook onder een aantal gemeenten als Amsterdam en Rotterdam waardoor het krijgen van een bouwvergunning lastiger is. Is deze voorzichtigheid op zijn plaats? En welke consequenties kan dit hebben?

Verlijmde steenstrips veilig toepassen

Oorzaken

De steenstrips worden enkel door verlijming aangebracht op de achterconstructie. Er is geen tweede draagweg voor de steenstrips, geen mechanische verankering, geen anker welke de steenstrips bij gebreken in de lijmlaag nog op zijn plek kan houden. Dat gegeven samen met enkele projecten waar het mis is gegaan, zorgt voor een bepaalde terughoudendheid bij verschillende partijen.

Want er zou maar een steenstrip naar beneden komen boven openbaar gebied, veiligheidsrisico’s waar je liever niet mee te maken hebt. Onder het mom van ‘voorkomen is beter dan genezen’ kan een eerste reactie zijn om deze constructies te gaan mijden. Echter kennen we ook voldoende voorbeelden van ‘ons’ traditionele metselwerk waarbij hele geveldelen naar beneden zijn gekomen!

Belangrijk dus om te kijken naar de oorzaak voor deze gebreken.

Oorzaken voor deze schades kunnen voorkomen door fouten in de verlijming. Is er sprake van voldoende hechtvlak (bijvoorbeeld buttering-floating) en is de hechting voldoende sterk? Zijn de hechtvlakken van de lijm bij applicatie voldoende schoon, vetvrij etc. om een goede hechting aan te gaan en onder welke omstandigheden zijn de steenstrips verwerkt? En is er sprake van verlijming onder beheerste condities?

Kan er bij onvoldoende hechtvlak water achter de steenstrip opgesloten raken en ontstaat het risico dat water bij vorst druk uitoefent op de steenstrip? Dit is voornamelijk een risico indien steenstrips op een harde(beton/plaatmateriaal) ondergrond wordt gelijmd.

Maar schades kunnen ook ontstaan door spanningen in de ondergrond. Dilataties in de ondergrond moeten te allen tijde gevolgd worden met de steenstrips/ het buitengevelisolatiesysteem. Maar ook dilataties in de afwerking moeten blijvend voldoende open staan om spanningen/vervormingen op te vangen. Veel schades ontstaan doordat er druk wordt uitgeoefend op steenstrips ter plaatse van dilataties.

Regelgeving

Het Bouwbesluit wijst in het kader van de constructieve veiligheid en deze veiligheid op langere termijn (duurzame veiligheid) naar de Eurocodes. In dat kader is vooral Eurocode 0 relevant. Voor wat betreft gelijmde verbindingen zijn er geen specifieke Eurocodes beschikbaar.

In deze norm wordt gesteld dat de betreffende constructie-onderdelen gedurende de geldende referentieperiode de volgens de Eurocode 1 optredende belastingen inclusief de van toepassing zijnde veiligheidsfactoren moeten kunnen opnemen. De geldende referentieperiode/ ontwerplevensduur is over het algemeen 50 jaar (Tabel 2.1 Eurocode 0).

Dus gedurende een periode van 50 jaar dient de constructie voldoende sterk te blijven om de genormeerde belastingen (in dit geval wind en eigengewicht) op een veilige wijze op te kunnen nemen en op de achterliggende constructie over te kunnen dragen. Het gaat in dit kader met name om de overdracht via de lijmverbinding.

Hoe aan deze eis moet worden voldaan, geeft de regelgeving niet aan. Het is dus in principe aan de aanvrager onder de voorwaarde dat het onderdeel uitmaakt van het ontwerp- en realisatieproces en eventueel ook van de omgang met het gebouw en zijn onderdelen in de gebruiksfase. Men onderscheidt in hoofdlijnen drie methoden:

  1. Vervangingsstrategie;
  2. Onderhoudsstrategie;

Over het algemeen wordt vervangingsstrategie toegepast en geaccepteerd voor materialen waarvan bekend is dat zij geen levensduur hebben van 50 jaar en die duidelijk vooraf waarschuwen dat zij het einde van hun levensduur aan het bereiken zijn. Dakbedekking plus bevestiging is hiervan een voorbeeld; gewoonlijk is er eerst sprake van lekkage.

Over het algemeen wordt de onderhoudsstrategie toegepast als een materiaal geschikt is voor onderhoud, kenbaar is dat onderhoud noodzakelijk is en de betreffende constructie redelijkerwijs bereikbaar is voor onderhoud.

De duurzaamheidsstrategie, materialen en hun verbindingen zo uitvoeren, dat deze zonder onderhoud 50 jaar voldoende sterk blijven, wordt over het algemeen gehanteerd in de overige situaties.

Concreet in relatie tot de toepassing van verlijmde steenstrips impliceert het bovenstaande dat de laatstgenoemde strategie niet haalbaar is omdat (tot op heden) niet aantoonbaar is c.q. gemaakt kan worden dat een lijmverbinding die bloot staat aan weer en wind, gedurende de gegeven periode voldoende sterk blijft.

Ook strategie 1. is niet realistisch omdat in principe van een dergelijke afwerking verwacht mag worden dat deze (minimaal) 50 jaar meegaat. Bovendien gaat aan het eventueel loskomen van een steenstrip niet altijd een waarschuwing vooraf.

De onderhoudsstrategie is dus voor de verwerking van steenstrips de gewoonlijk geaccepteerde en gehanteerde strategie. Aan de eisen betreffende inspecteerbaarheid en onderhoudbaarheid wordt daarbij voldaan. Voorwaarde hierbij is of de noodzaak van onderhoud zichtbaar is voordat er sprake is van een onveilige situatie. Alleen als deze onveilige situatie geen duidelijk letsel zal kunnen opleveren, vervalt deze voorwaarde.

Voor materialen, waarbij er duidelijk sprake is van een zichtbare degradatie – denk aan in het zicht zittende roestende delen, is dit geen punt van discussie. Maar bij verlijmde steenstrips kunnen er strips (onverwacht) loskomen zonder dat er sprake is van een zichtbare degradatie van de hechting.

In die situatie wordt voor periodieke inspectie gekozen tenzij er bij het naar beneden vallen van het betreffende constructie-onderdeel dus geen (onacceptabel) risico voor de omgeving ontstaat.

Voorzichtigheid geboden?

Een gezonde reactie, welke gevoed is door eerdere ervaringen, is om bij verlijmde constructies alert te zijn. Met name daar waar bezwijken van de verlijming direct leidt tot veiligheidsrisico’s. Daarentegen is angst een slechte raadgever, beter is dus om de verlijming goed te controleren. De invloedfactoren op de kwaliteit van de verlijming moeten zoveel mogelijk beheerst worden. Aanbevelingen hierbij zijn om verlijmingen zoveel mogelijk onder geconditioneerde omstandigheden te laten uitvoeren. Zo hebben weer en wind zo min mogelijk invloed op de uiteindelijke kwaliteit. Laat de steenstrips verwerken door partijen welke aantoonbare ervaring hebben met deze werkzaamheden.

Laat na applicatie trekproeven uitvoeren om steekproefsgewijs te beoordelen of er sprake is van een voldoende goede verlijming. Naast een voldoende hoge gemeten waarde moet hierbij het breukvlak worden beoordeeld. Bij buitengevelisolatiesystemen wil men een breuk zien in de isolatielaag. Bij verlijming op een harde ondergrond wil men een cohesieve breuk zien in de lijmlaag.

Vervolgens kan het noodzakelijk zijn bij het verkrijgen van een vergunning om een inspectieprotocol op te stellen en de kwaliteit van de gevel blijvend te monitoren. De gebouweigenaar/beheerder dient daar dan de verantwoordelijkheid voor te nemen. Bovendien is er hierbij sprake van periodieke kosten. Daarom kunnen alternatieven, mee te nemen in het ontwerp, waarbij eventueel loskomende steenstrip geen risico op (ernstig) letsel, de voorkeur verdienen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan beperking van de volhoogte, geen steenstrips direct langs de openbare weg, voorziening om een loskomende strip op te vangen (doorlopende profiel in de gevel) etc.

Dit artikel werd geschreven door Wilfred Slagter voor Bouwwereld in november 2020.

Verlijmde steenstrips veilig toepassen