Collega’s Joost Vos en Anne Struiksma geven in dit interview antwoorden op de vragen over de gevolgen van de nieuwe Wet kwaliteitsborging voor de toepassing van de voorschriften omtrent milieuprestatie.

Kwaliteitsborging vraagt om een duidelijke vastlegging van de (milieu)kwaliteit van bouwproces en bouwproducten

In de loop van 2021 treedt de ‘Wet kwaliteitsborging voor het bouwen’ (Wkb) in werking. De wet wil bereiken dat bouwwerken meer dan tot nu toe voldoen aan de voorschriften van het Bouwbesluit en introduceert daarom een nieuw stelsel van kwaliteitsborging. Wat zijn de gevolgen van het nieuwe stelsel voor de toepassing van de voorschriften omtrent milieuprestatie? Specialist kwaliteitsborging Joost Vos en duurzaamheidsspecialist Anne Struiksma blikken vooruit.

Anne Struisma en Joost Vos van Nieman Raadgevende Ingenieurs

Anne Struisma en Joost Vos van Nieman Raadgevende Ingenieurs

Hoe controleert men op dit moment de milieuprestatie en hoe verandert dit onder de Wkb?

Joost Vos: “Op dit moment controleerd men de Bouwbesluiteis aan de milieuprestatie hooguit op hoofdlijnen. Dat geldt zowel voor het gemeentelijk bouwtoezicht als ook voor de proefprojecten die men nu uitvoerd ter introductie van het nieuwe stelsel.

Zoals de gemeenten prioriteiten in de handhaving stellen, zo werkt kwaliteitsborging met een risicobeoordeling. Natuurlijk controleert men straks of er een MPG-berekening is ingediend en of deze voldoet. Maar het risico dat een woning bij de oplevering niet aan de MPG-eis voldoet, is bijzonder klein. Met de gangbare bouwmethoden is de MPG-eis op dit moment makkelijk haalbaar. Bij een drastische aanscherping van de MPG-eis, wordt het anders. Dan gaan we echt kijken waar de risico’s en problemen liggen.”

Met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen verschuift het toezicht op de naleving van het Bouwbesluit van de gemeente naar de private sector. In eerste instantie geldt de Wkb niet voor alle bouwwerken, maar in ieder geval wel voor grondgebonden woningen en bedrijfspanden met beperkte afmetingen.

Het doel van de wet is om de kwaliteit van de bouwwerken te verbeteren door een meer systematisch kwaliteitsborgingsproces tijdens ontwerp en uitvoering. Uiteindelijk moet de consument er beter van worden. In het nieuwe stelsel wordt de functie van “kwaliteitsborger” geïntroduceerd. De kwaliteitsborger (veelal een team van toetsers en toezichthouders, elk met een eigen expertise) controleert met behulp van een “instrument” (een voor een bouwwerk ontwikkeld toetsingssysteem) of het bouwwerk voldoet aan de voorschriften van het Bouwbesluit.

De instrumenten beschrijven de intensiviteit en de aanpak van het kwaliteitsborgingstraject. De borgingsmomenten tijdens de uitvoering zijn gebaseerd op een vooraf gemaakte risicobeoordeling en een borgingsplan. De instrumenten mogen alleen worden gebruikt als ze door de door de overheid ingestelde Toelatingsorganisatie zijn goedgekeurd. Wanneer het bouwwerk naar de mening van de kwaliteitsborger voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit, stelt hij een “as-built-verklaring” op en mag het bouwwerk in gebruik worden genomen.

Waar liggen de risico’s en problemen bij een aanscherping?

Anne Struiksma: “Als de MPG wordt aangescherpt, verwacht ik dat er meer discussie komt in de vertaalslag van de berekening naar het feitelijke ontwerp. Als je kijkt naar de materialen die nu in de Nationale Milieudatabase beschikbaar zijn, is dat eigenlijk heel beperkt. Er is nog een groot verschil aan wat er qua materialen feitelijk mogelijk is en anderzijds wat je kan invullen in de berekening.

Er zijn nogal wat producten in de markt beschikbaar waarvan de milieukwaliteit niet is vastgelegd. Dat leidt ertoe dat de kwaliteitsborger veel werk krijgt om bepaalde producten te beoordelen en te controleren. Als een specifiek product uit categorie 1 van de Nationale Milieudatabase in de MPG-berekening is opgenomen, dan is het geen probleem. Dat is eenvoudig controleerbaar. Maar bij andere producten kan het een hoop werk opleveren. Voor de kwaliteitsborging is het prettig en nuttig als men de milieukwaliteit van alle bouwproducten duidelijk vastlegd. Maar dat is op dit moment niet zo makkelijk en ook nog niet betaalbaar.”

Is het nog mogelijk om volgens de traditionele manier te bouwen of leidt milieuprestatie tot een bouwproces dat beheerst wordt door het industrieel bouwen?

Joost Vos: “Als de eis aangescherpt wordt, dan kan het betekenen dat je een merkongebonden isolatie inwisselt voor een specifiek product dat een lagere MPG oplevert. Dus dat geeft minder ruimte. Bij een strengere eis dan nu, wordt de MPG veel meer een ontwerptool. Men moet vooraf beter nadenken over wat er wel en wat er niet kan en of het kostentechnisch haalbaar is.

Maar de praktijk leert dat er tijdens het bouwen veel wordt gewijzigd. Met name in de woningbouw is dat aan de orde. Omdat kopers altijd met aanvullingen en wijzigingen komen. Als je meer industrieel gaat werken, moet je het prefab product ook flexibel en aanpasbaar maken of de mogelijkheden voor kopers beperken.”

Hoe gaat de kwaliteitsborger om met hergebruikte materialen. Hoe beoordeel je de kwaliteit?

Joost Vos: “Een kwaliteitsborger legt bij de aannemer de taak neer om te onderbouwen dat hergebruikte materialen aan de prestatie voldoen. Bij hergebruik van installaties kan je de prestaties meestal wel meten, denk aan de ventilatiedebieten en aan de geluidsproductie.

Maar bij isolatiepakketten is dat wel een stuk lastiger. Isolatie in de spouw kan aangetast zijn door vocht of door ongedierte. Dan voldoet het waarschijnlijk niet meer aan de oorspronkelijke isolatiewaarde. Om isolatiemateriaal een tweede leven te geven, moet de prestatie ervan achterhaald worden. De aantasting kan per isolatieplaat of geveldeel sterk uiteenlopen. De manier om de prestaties voor hergebruik van isolatiemateriaal te bepalen is door dit te meten, mogelijk zelfs plaat voor plaat. Een andere optie is dat een leverancier kan aantonen dat zijn product tegen bijvoorbeeld weersinvloeden bestendig is.”

Anne Struiksma: “De beoordeling van de kwaliteit van materiaal dat 1:1 op wordt hergebruikt, ligt in het voortraject. Als een aannemer een gebruikte installatie inkoopt en pas daarna de kwaliteit ervan bepaalt, is hij te laat. Dat gebeurt waarschijnlijk ook niet snel. Bij de aankoop van her te gebruiken materiaal of producten vraagt de aannemer straks aan de leverancier een prestatiebewijs. Dat bewijs wordt bij de kwaliteitsborger ingediend.”

Verwachten jullie dat het materialenpaspoort een rol kan spelen bij kwaliteitsborging?

Anne Struiksma: “Het is eerder andersom. Er ligt een mooie kans om de kwaliteitsgegevens van het as-built rapport mee te nemen in het gebouwdossier. Je kan de gegevens gebruiken voor een tweede levensfase van het gebouw of gebouwdelen, oftewel het gebouw als toekomstig materialenbank. Het kan hergebruik een stuk makkelijker maken.”

Dit interview werd als eerste gepubliceerd op Milieudatabase.nl op 07-04-2020

Nationale Milieudatabase

Heeft u hierover vragen?

Stelt u deze dan aan Joost Vos of Anne Struiksma

Anne Struiksma en Joost Vos van Nieman Raadgevende Ingenieurs