In mei 2011 bezweek een galerijplaat van de Antillenflat in Leeuwarden, in de val werden hierbij de onderliggende galerijen meegenomen. Uit nader onderzoek van vergelijkbare constructies blijkt dat de constructieve veiligheid van galerij- en balkonplaten vaker onvoldoende is. Het draagvermogen moet minimaal voldoen aan de Bouwbesluiteisen voor bestaande bouw.

Bouwbesluit

Om toekomstige ongelukken te voorkomen is artikel 5.11 toegevoegd aan de Regeling Bouwbesluit 2012. Hierin is voor de gebouweigenaar een onderzoeks-plicht vastgelegd voor monoliet met verdiepingsvloer verbonden galerij- en balkonplaten uit de bouwperiode 1950-1975, deze verplichting geldt niet voor galerijplaten welke worden ondersteund door consoles.

De gemeente heeft als taak om toe te zien op het naleven van de Woningwet en schrijft daarom gebouweigenaren aan om de constructies te laten onderzoeken, dit onderzoek moet voor 1 juli 2017 zijn uitgevoerd. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat de constructie niet voldoet moeten maatregelen worden genomen om de veiligheid te verbeteren.

Galerij- en balkononderzoek

Problematiek

Voor de verdachte galerij- en balkonplaten gelden de volgende risico’s:

  • De betonplaten zijn dikker uitgevoerd dan waarmee in de oorspronkelijke berekeningen is gerekend.
  • Het gewicht van de dekvloer is niet meegenomen in de berekeningen.
  • De positie van de wapening ligt beduidend ongunstiger dan waarmee is gerekend.
  • Het afschot van galerijen ligt naar de gevel, dus nabij de kritische doorsnede van de plaat.
  • De aanwezigheid van scheuren ter plaatse van de aansluiting met de gevel waardoor water met dooizouten bij de wapening kan komen met putcorrosie tot gevolg.

CUR-Aanbeveling 248

Nieman-Kettlitz voert deze onderzoeken uit op basis van CUR-Aanbeveling 248 ‘Onderzoek naar en beoordeling van de constructieve veiligheid van uitkragende betonnen vloeren van galerijflats’. De methode in CUR-Aanbeveling 248 is specifiek opgesteld om onderzoek te verrichten naar ‘uitkragende vloeren’.

Om de kosten van het onderzoek te beperken en om te voorkomen dat er in het beton gehakt of geboord moet worden voeren wij eerst een verkennend onderzoek uit. Alleen als de constructieve veiligheid op deze wijze niet voldoende kan worden vastgesteld kan het nodig zijn om een vervolgonderzoek uit te voeren.

Eerste verkennende onderzoek

Het eerste deel van het onderzoek bestaat uit een analyse van de bestaande constructieve tekeningen en berekeningen. Dikwijls zijn deze tekeningen bewaard in het gemeente archief. Daarna worden de uitkragingen visueel onderzocht en wordt de wapeningsconfiguratie vastgesteld door middel van elektromagnetische metingen. Hiermee streven wij er naar om niet of zo min mogelijk te hoeven hakken en boren in de betonplaat (destructief onderzoek). In veel gevallen kan de constructieve veiligheid van de uitkragingen met een verkennend onderzoek voldoende worden vastgesteld.

Vervolgonderzoek

In sommige gevallen is het nodig om boorkernen te nemen waarmee het chloridegehalte ten opzichte van de cementmassa kan worden gemeten. Ook is het in sommige gevallen nodig om de treksterkte van de wapeningsstaven te onderzoeken. Wanneer de noodzaak voor destructief onderzoek op voorhand wordt voorzien kunnen het verkennende onderzoek en het vervolgonderzoek worden gecombineerd.

In veel gevallen wordt vastgesteld dat het draagvermogen van de galerij- en balkonplaten voldoende groot is. Wanneer echter blijkt dat er aanvullende maatregelen nodig zijn kunnen wij adviseren over de mogelijke oplossingen.

Wilt u weten of de onderzoeksplicht ook geldt voor uw galerij- en balkonplaten?

De adviseurs van Nieman-Kettlitz ondersteunen u bij het onderzoek naar de constructieve veiligheid van de galerij- en balkonplaten van uw complex. Of ontvangt u graag vrijblijvend een offerte? Neemt u dan contact op met Rick van de Pol

Lees meer over galerij- en balkononderzoeken