De ontwerper moet in de detaillering en de keuze van het dichtingsmateriaal rekening houden met de volgende aspecten

Vormverandering van het bouwelement zoals krimpen

In de bouwmaterialen van een woning is bij de oplevering zeer veel water aanwezig. Dit water zal gaan verdampen, zodat de omvang van de materialen afneemt. Wanneer de betreffende naaddichting deze krimp niet kan verwerken, zal er een scheur, en dus een luchtlek, ontstaan. Het is dus van belang om als ontwerper voldoende dilataties aan te geven en deze te vullen met voldoende flexibel materiaal.

Plaats van de dichting

De plaats van de dichting is van groot belang en geeft de ontwerper op een logische aan.

  • Plaats de dichting zo dicht mogelijk aan de warme zijde van het binnenoppervlak.
  • Zet de dichting bij voorkeur in een aanslag.
  • Comprimering in dezelfde richting als de bevestigingsrichting.
  • Afdicht in één vlak af.
  • Zorg dat na plaatsing van de dichting deze controleerbaar is.

Maatvoeringskwaliteit (toleranties)

De toleranties van de diverse bouwsystemen zijn zeer verschillend. In het algemeen geldt dat de toleranties bij gietbouw en grote-elementenbouw (prefab betoncasco’s) kleiner worden gekozen dan bij stapelbouw. Als de aannemer een maatvoeringsplan maakt, wordt het uitvoeringsproces nauwlettend gevolgd. De afwijkingen kunnen dan worden geregistreerd en geëvalueerd en zo nodig wordt het proces bijgesteld.

Als de werkwijze van de aannemer bekend is past men de toleranties daarop aan. De toleranties zijn van groot belang als met dichtingsbanden wordt gewerkt. Materialen zoals PUR-schuim vullen de naad volledig en vangen onregelmatigheden op. Hierbij wordt opgemerkt dat ook voor PUR-schuim geldt dat deze moet zijn aangebracht volgens de verwerkingsvoorschriften en de daarvoor geschikte toepassing.

Kruip, thermische bewegingen en belastingen

Kruip is de vervorming van een (beton)constructie gedurende de eerste jaren van de belasting van deze constructie. Door vloeren met een lichte toog te stellen, wordt voorkomen dat het na een aantal jaren lijkt of de vloer doorhangt. Voor deze toog wordt voor bijvoorbeeld een vloer van 6,0 meter overspanning 15 tot 25 mm aangehouden. Afhankelijk van de werkmethodiek zakt na de stort de vloer 2 tot 5 mm door. Bij de afdichtingsmaterialen moet rekening worden gehouden met deze vervorming. Hetzelfde geldt voor de vervormingen door thermische bewegingen (door temperatuurverschillen) en belastingen.

Onderhoud

Tijdens het gebruik van het gebouw wordt de luchtdichtheid langzaam minder goed. Door nastelbaar hang- en sluitwerk (voor luchtdichtheidsklasse 2 en 3) te gebruiken kan dit proces gedeeltelijk tegengegaan worden. Onderhoud zoals nastellen H&S en reiniging en invetten rubbers is dus noodzakelijk.

 

Heb je een vraag over luchtdicht bouwen of luchtdicht ontwerpen?

Stel je vraag dan aan  Gerton StarinkSander van der Tol of Martin Harbers