Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie
Contact Zoeken

BIM-volwassenheidsladder: digitaal samenwerken is meer dan een 3D-model


31 aug 2026 Kennis

Een goed 3D-model betekent nog niet automatisch dat een project digitaal goed samenwerkt. De BIM-volwassenheidsladder, gebaseerd op de digiLevels van digiGO, kijkt breder: naar mensen, processen, informatie en technologie. Voor Nieman is vooral de kwaliteit en beschikbaarheid van informatie belangrijk. Betrouwbare data op het juiste moment maakt het mogelijk om eerder, consistenter en beter onderbouwd te adviseren.

Wat is de BIM-volwassenheidsladder?

De digiLevels van digiGO bieden een model om de digitale volwassenheid van organisaties en projecten te bepalen. Daarbij wordt niet alleen naar software gekeken, maar ook naar mensen, gedrag, processen, informatie en infrastructuur. Er zijn 5 niveaus.

  • L1 – Reactief: Digitaal werken gebeurt vooral wanneer de situatie of opdrachtgever daarom vraagt.
  • L2 – Herhaalbaar: Digitale werkwijzen keren terug, maar worden nog niet overal op dezelfde manier toegepast.
  • L3 – Systematisch: Processen, rollen en informatieafspraken zijn vastgelegd.
  • L4 – Adaptief: Projectpartners stemmen digitale werkwijzen actief op elkaar af.
  • L5 – Proactief: Digitale samenwerking is integraal onderdeel van het proces.

Het hoogste niveau hoeft niet voor ieder project automatisch het doel te zijn. Belangrijker is de vraag: waar staan we, wat vraagt het project en welke volgende stap voegt waarde toe?

Hoe gebruikt Nieman BIM-data in projecten?

Nieman heeft in projecten zowel een informatie-vragende als een informatie-leverende rol. Wanneer gegevens over geometrie, ruimtegebruik, materialen en constructies tijdig en gestructureerd beschikbaar zijn, kunnen we deze bijvoorbeeld gebruiken voor analyses van:

  • daglicht;
  • gebruiksoppervlakte en verblijfsgebieden;
  • brandoverslag;
  • geluidwering van de gevel;
  • ventilatie;
  • BENG en MPG;
  • installatietechniek.

Dat vermindert dubbel werk en maakt het eenvoudiger om ontwerpwijzigingen opnieuw door te rekenen. Andersom brengen we ook adviesinformatie terug in het digitale ontwerp. Prestatie-eisen voor bijvoorbeeld brandveiligheid of thermische kwaliteit kunnen zo zichtbaar en controleerbaar worden voor het ontwerpteam.

Wanneer is een BIM-model geschikt voor een analyse?

Dat een BIM-model beschikbaar is, betekent niet automatisch dat de informatie ook compleet, actueel en geschikt is voor iedere analyse. Ontbrekende ruimten, dubbele objecten, inconsistente naamgeving of verschillende nulpunten kunnen de betrouwbaarheid van berekeningen beïnvloeden.

Ook het moment waarop informatie beschikbaar komt, speelt een rol. Soms is een model nodig voor een analyse, terwijl die analyse juist informatie oplevert die nodig is om het model verder uit te werken. Een eenvoudig BIM-model in de SO- of VO-fase kan helpen deze wisselwerking te doorbreken. MiniBIM is een voorbeeld waarbij een beperkt detailniveau al bruikbaar kan zijn voor vroege analyses.

Neemt automatisering het werk van de adviseur over?

Automatisering kan gegevens sneller verwerken, controles uitvoeren en afwijkingen signaleren. Dat maakt het adviesproces efficiënter. Maar het interpreteren van regelgeving, het wegen van risico’s en het beoordelen van integrale ontwerpsituaties vraagt om vakinhoudelijke kennis.

Martin Vrielink

“Digitalisering is voor ons geen doel op zich, maar een middel om eerder, consistenter en beter onderbouwd te adviseren.”

Martin Vrielink

Ontdek ook de andere NiemanLadders

Van zomercomfort en CO₂-reductie tot brandveiligheid, circulariteit, digitalisering en akoestiek. Bekijk alle acht NiemanLadders en ontdek hoe de verschillende thema’s in de gebouwde omgeving met elkaar samenhangen.

Bekijk alle NiemanLadders

Vragen over dit artikel?

Meer nieuws bekijken?

Naar al het nieuws