Saskia Hegeman
Senior adviseur / Business Developer NG
Brandveiligheid
In haar maandelijkse column in Cobouw kijkt onze collega Saskia Hegeman met een brede blik naar de ontwikkelingen en opgaven in de bouw. Ze verbindt vakinhoud en praktijk met vraagstukken die de hele sector raken en nodigt de lezer uit om vanuit verschillende perspectieven naar de bouw van vandaag en morgen te kijken.
Heeft u dat ook wel eens? Dat het achteraf allemaal zo logisch lijkt? Zodra techneuten een breedgedragen technische oplossing hebben gevonden, lijken we collectief te vergeten hoe rommelig de weg ernaartoe was. Ik zou bijna zeggen: “dat is een charme!”. Die rommelige weg dóet er namelijk niet meer zo toe. Of toch wel: want wie heeft eigenlijk onderweg schade opgelopen? En op welke manier?
Ik moest eraan denken toen ik een paar weken geleden in Vancouver, Canada, was. Fantastische stad in een interessante regio: biobased bouwen en oververhitting in woningen staan als thema hoog op de vastgoedagenda. Ook de bouwfysica blijft niet onberoerd!
Eind jaren ’80 schoten in Vancouver moderne appartementen, strakke gevels en nieuwe bouwsystemen als paddenstoelen uit de grond. De hoge bouwproductie leunde op ideeën en concepten uit Californië, maar… de bouwfysische achtergronden werden niet meevertaald naar de veel koudere, nattere regio. Regenwater drong door tot ín de constructies en voor een bouwfysicus laat het resultaat zich raden. Die paddenstoelen? Die groeiden door de kieren en naden naar buiten! Vancouver schreef, achteraf bezien, het duurste leerboek “gevelengineering” ooit.
De zondebokken vlogen door de kamer: de ontwikkelaar bracht te weinig geld in, de aannemer had te snel gebouwd, de architect vooral verkeerd ontworpen. En het materiaal dan (stuc op isolatie)? Was dat niet de grote boosdoener?
Allemaal deels waar, maar gaandeweg viel vooral iets anders op. Er werd niet bewust gestuurd op kennisontwikkeling, of eigenlijk: het ontwikkelen van nieuwe kennis werd niet georganiseerd. En dáár voelde niemand zich écht verantwoordelijk voor. En als er al iemand zich verantwoordelijk voor voelde: wie financierde dat eigenlijk?
En dan gaat het niet alleen over theoretische kennis. Een nieuwe berekening maken, met andere randvoorwaarden, lukt meestal nog wel. De echte uitdaging is om vervolgens daadwerkelijk te bouwen wat je elkaar in die berekening hebt beloofd. Ook dat is, net als gevelengineering, een vakgebied op zichzelf!
Kennis ontstaat omdat iemand bereid is als eerste iets nieuws of anders te proberen. De eerste projecten leggen dilemma’s bloot, de eerste bouwteams lossen detailproblemen op. Hier wordt een basis gelegd voor de richtlijnen waar de rest van de markt later mee werkt. Het is een fase van kinderziektes en puberproblemen. Een fase zelfs die soms gebruikt wordt om aan te tonen dat de innovatie niet kan, niet deugt of “te duur” is.
Klinkt eigenlijk helemaal niet aantrekkelijk: deze fase van onzekerheid mét rekening voor het leerproces. Maar zonder deze fase worden de grote maatschappelijke uitdagingen niet voldoende het hoofd geboden. Dan blijven we te langzaam bouwen, met bouwmaterialen die te vaak op de stort terechtkomen, aan gebouwen die het in toekomstige zomers te zwaar krijgen.
U leest al: ik heb diep respect voor koplopers in de bouw. Dit gaat namelijk over lef. Over ervoor kiezen om niet de behoudende middenmoot te zijn die pas instapt als kennis uitgekristalliseerd is en de rekening voor het leergeld is afbetaald. Want kennis is een publiek goed, maar kennisontwikkeling – als we niet opletten – een bedrijfsrisico!
Deze column verscheen oorspronkelijk in Cobouw op 12 augustus 2026.
Senior adviseur / Business Developer NG
Brandveiligheid