Steeds meer nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen zijn energieneutraal. Vanaf 1 juli 2020 wordt het zelfs wettelijk verplicht om (bijna) energieneutraal te bouwen. BENG wordt dat genoemd (Bijna EnergieNeutraal Gebouw). Voor het berekenen van de energieprestatie nemen we afscheid van de EPC en gaan we over naar drie energieprestatie-indicatoren. Daarmee worden allereerst de wettelijke eisen voor BENG gesteld.  

Breehorn BENG appartementengebouw opgeleverd mei 2018

Breehorn BENG appartementengebouw Amsterdam, opgeleverd mei 2018

Energieprestatie gaat van EPC naar BENG

De nu bekende EPC is een eengetalswaarde en staat niet voor een concrete grootheid. Dat gaat veranderen. In Nederland wordt de energieprestatie voor elke bouwaanvraag vanaf 1 juli  2020 uitgedrukt in drie energieprestatie-indicatoren. De energieprestatie-indicatoren zijn:

    • de energiebehoefte-indicator in kWh/m2 (BENG-1)
    • de primaire fossiele energie-indicator in kWh/m2 (BENG-2)
    • het aandeel hernieuwbare energie in % (BENG-3)

Wat houden de BENG-eisen in?

De energiebehoefte (BENG 1) is een maat voor de energiezuinigheid van het gebouw zelf. Het gaat daarbij om de energiebehoefte voor zowel verwarming als koeling, onafhankelijk van de aanwezige  installaties. Naast  thermische isolatie hebben zaken als zon-oriëntatie en kierdichtheid daar invloed op. Er wordt ook rekening gehouden met een vaste hoeveelheid ventilatielucht. De hoeveelheid primaire fossiele energie (BENG 2) is het best voor te stellen als de energie-inhoud van de oorspronkelijke brandstof, bijvoorbeeld in de elektriciteitscentrale. Doordat er een aandeel hernieuwbare (duurzame) energie wordt gevraagd (BENG 3), is te concluderen dat dit verplicht wordt. Daarbij telt niet alleen directe opwek mee, zoals in zonnepanelen of –collectoren, maar ook het gebruik van omgevingswarmte uit bijvoorbeeld de bodem of de lucht via een warmtepomp.

Wat is de randvoorwaarde van een robuust energieconcept?

Een lage energiebehoefte (BENG 1) is een randvoorwaarde voor een robuust energieconcept. Het is eigenlijk niet meer dan logisch om hier apart naar te kijken vanwege het verschil in technische levensduur van gebouw en installaties. Gedurende de technische levensduur van de gebouwschil worden bepalende installatie-componenten, zoals de warmteopwekker, een aantal malen vervangen. Onafhankelijk van die opwekking is dan een beperkte energiebehoefte verzekerd. Deze benadering is ook in overeenstemming met de ‘Trias Energetica’.

Een ander opvallend verschil met de EPC is dat de indicatoren zijn gekoppeld aan een concrete grootheid: kWh/m2 voor BENG 1 en BENG 2 en een percentage voor BENG 3. Let er daarbij wel op dat het niet gaat om de kWh zoals we die op de elektriciteitsmeter aflezen, maar om de thermische energiebehoefte bij de eerste indicator en om de hoeveelheid primaire fossiele energie bij de tweede.

Wat zijn de definitieve BENG-eisen?

Medio 2015 heeft de overheid de voorgenomen BENG-eisen gepubliceerd; deze waarden (zoals de ’25-25-50’ voor woningbouw) zijn inmiddels achterhaald. De definitieve eisen zijn in juni 2019 vastgesteld. Bij het vaststellen van deze definitieve eisen is gekeken naar de kosten-batenverhouding en de stand van de techniek, via de zogenaamde kostenoptimaliteitstoets. Bovendien is rekening gehouden met de terugkoppeling uit de praktijk op de voorgenomen eisen, zoals voor (hele) kleine gebouwen of voor hoge gebouwen.

Op het congres ‘Energieprestatie 2.0’ in november 2018 heeft BZK de concept-geadviseerde grenswaarden voor de BENG-eisen bekend gemaakt. Over deze grenswaarden is begin 2019 een internetconsultatie gehouden, waarbij veel stakeholders een zienswijze hebben ingediend. Deze inzichten zijn door het ministerie van BZK beoordeeld en eveneens meegewogen bij de vaststelling van de definitieve hoogte van de grenswaarden. In dit artikel leest u meer over het hoe en waarom van de verschillen ten opzichte van de waarden uit 2015.

Definitieve BENG-eisen (Bron: BZK/RVO 2019)
NB Niet weergegeven voor alle gebruiksfuncties

Definitieve BENG-eisen Bron BZKenRVO2019

De eis aan BENG-1 is afhankelijk van de verhouding tussen het oppervlak van de gebouwschil (Als) en het verwarmd vloeroppervlak (Ag), behalve voor de gebruiksfunctie gezondheidszorg met bedgebied (ziekenhuizen e.d.). Hierdoor ontstaat er een differentiatie op basis van de ‘compactheid’ van een gebouw. Bij een gebouw dat minder compact is, geldt een hogere grenswaarde voor de energiebehoefte.

Daarnaast geldt nog een algemene toeslag op het maximum voor BENG-1 voor grondgebonden woningen en woongebouwen met een lichte bouwconstructie; deze worden met 5 kWh/m2.jr verhoogd. Dit geldt bijvoorbeeld voor hout- en staalsketelbouw; formeel voor gebouwen met een interne warmte capaciteit ≤ 180 kJ/m2.K (berekend volgens NTA 8800), wat veelal overeen komt met een massa van de constructie < 500 kg/m2.

Hoewel de drie BENG-indicatoren sterk verschillen van de EPC, kent de achterliggende fysica natuurlijk veel overeenkomsten. De energiestromen in en aan een gebouw veranderen niet met een nieuwe eis; wel de manier waarop deze worden beoordeeld. Voor de berekeningen is door NEN een hele nieuwe bepalingsmethode ontwikkeld: NTA 8800. Deze is beschikbaar via de website van NEN; de actuele versie is die van juni 2019. Inmiddels zijn de softwareleveranciers gestart met het omzetten in rekenprogramma’s voor de dagelijkse praktijk. Naar verwachting komen die aan het eind van 2019 voor de markt beschikbaar.

Ook wordt vanaf 1 juli 2020 een eis van kracht om de temperatuuroverschrijding in nieuwe woningen te beperken.

Voor nieuw te bouwen woningen wordt in de bouwregelgeving een grenswaarde opgenomen voor TOjuli. Dit is een indicatiegetal waarmee inzicht gegeven wordt in het risico op temperatuuroverschrijding. De TOjuli volgt uit de Energieprestatieberekening conform NTA8800 (BENG-berekening). De grenswaarde wordt gesteld op maximaal 1,0 (bron: RVO). Lees hier meer over de praktische consequenties TOjuli en de BENG-eisen.

Bestaande bouw

De BENG-eisen gelden voor nieuwe woningen en gebouwen. Maar het is ook goed mogelijk om bestaande woningen langs de  dezelfde lat van de drie energieprestatie-indicatoten te leggen. Naar verwachting zal in de loop van 2020 een koppeling worden gelegd tussen de tweede energieprestatie-indicator en het Energielabel of de berekening van de woningwaarderingspunten.

Tot nu toe zijn maatregelen aan bestaande gebouwen vrijwillig. Maar om aan de nationale en internationale klimaatdoelstellingen te voldoen zal het nodig zijn dat ook in de bestaande gebouwvoorraad nog veel energiebesparende maatregelen worden genomen. De overheid heeft in de Energie-agenda van december 2016 aangekondigd hoe zij om wil gaan met de bestaande gebouwvoorraad. Een van de concrete maatregelen is de aankondiging van een minimaal Energielabel C voor kantoren vanaf 2023; kantoren met een slechter label moeten worden verbeterd voordat ze dan opnieuw verhuurd of verkocht mogen worden, of moeten worden gesloopt. Deze maatregel is inmiddels in de bouwregelgeving vastgelegd. Het is denkbaar dat ook voor andere gebouwcategorieën in de verdere toekomst dergelijke eisen zullen gaan gelden; dit is ook onderwerp van gesprek aan de Klimaattafels. Wanneer en hoe is nog niet bekend en zal zeker ook afhangen van de snelheid waarmee de gebouwde omgeving energiezuiniger wordt op vrijwillige basis, geholpen door stimuleringsmaatregelen.

Op weg naar CO2 neutraliteit

Grote stappen zijn onontkoombaar om in 2050 CO2-neutraal te zijn. De opgave is immens, de capaciteit in de bouw- en installatiesector gering. Met kleine stappen zullen we er niet komen, nog afgezien van de valkuil van een lock-in bij een onverstandige keuze voor een tussenstap. Bovendien ontstaat een sluitende, of zelfs positieve, businesscase in een aantal belangrijke marktsegmenten als gekozen wordt voor vergaande verduurzaming: direct naar CO2-neutraal, bijvoorbeeld via Nul-op-de-Meter. Vanzelfsprekend zijn die oplossingen aardgasvrij en wordt gekozen voor een lage energiebehoefte als uitgangspunt voor het energie- en comfortconcept. Nieman steunt dan ook elk initiatief in die richting en helpt graag mee bij partijen die zo’n ambitie waar willen maken. Regelmatig helpen we ook eigenaren van een vastgoedportefeuille met analyses van hun bezit en het uitzetten van een strategie naar die CO2-neutrale nabije toekomst.

Informatie over BENG

Voor meer informatie, vragen en advies over BENG kan je terecht bij onder andere Harm Valk, Theo Haytink, André Kruithof en John Bouwman.

Lees meer naar aanleiding van het verschijnen van NTA 8800 en de concept geadviseerde eisen uit november 2018:

Lees meer naar aanleiding van de voorgenomen BENG-eisen uit 2015: